Verantwoordelijkheid naar je toe trekken

‘Ik vind het moeilijk om moeder goed bij de behandeling te betrekken’, geeft een logopedist aan.  Ze behandelt een jongen van 5 1/2 jaar met een taalontwikkelingsstoornis. ‘Ik heb wel een prettig contact met de jongen en hij pakt de oefeningen bij mij tijdens de behandeling goed op. Ik zou willen dat moeder wat meer met hem zou doen.’  Ik vraag aan de logopedist om haar beeld van de situatie neer te zetten. Dus een poppetje voor zichzelf uit te zoeken, voor het kind en voor de moeder. De logopedist zet de poppetjes neer, zoals ze het contact ervaart in de therapie-situatie.

Moeder staat vrij ver weg, is niet op de logopedist en het kind gericht. De logopedist en het kind staan dicht bij elkaar.

 

De logopedist kijkt even naar het beeld en geeft aan dat ze zich er niet prettig bij voelt, dat ze zo dicht op  het kind staat en moeder wegkijkt. De logopedist merkt op, dat hoe meer moeder zich tijdens de behandeling afzijdig houdt, hoe meer zij zelf de neiging heeft met de jongen bezig te zijn. Ze wil de jongen graag verder helpen in zijn taalontwikkeling.  In het gesprek dat ik met de logopedist heb, vraag ik haar waar moeder (het poppetje op tafel) naar kijkt, waar de blik van moeder op is gericht. Wat bij de logopedist opkomt, is dat moeder wel eens heeft verteld dat moeder veel zorgen heeft over haar eigen moeder, de oma van het jongetje. Oma woont in een ander land en moeder kan er niet vaak heen. Ik laat de logopedist nog een poppetje uitkiezen, wat symbool staat voor de taal van het kind. Ik vraag haar dat een plek te geven op tafel, in dit beeld. Ze zet het tussen het kind en zichzelf in. Ik vraag haar wat er verandert als ze nu naar dit beeld kijkt.

De logopedist geeft aan dat het nog meer verbinding geeft tussen haarzelf en het kind. Ze zijn samen bezig met dat wat tussen hen in staat, de taal. ‘Dat geeft ons wel plezier’, zegt de logopedist. Tegelijkertijd geeft de logopedist aan, dat ze ervaart dat de moeder nog meer afstand neemt als het kind en zij als logopedist zo met de taal bezig zijn. In stilte kijken we naar het beeld.  Het woord ‘verantwoordelijkheid’ komt bij mij op en ik vraag of dat voor haar meespeelt in het geheel. Het blijft even stil en dan zegt ze: als moeder zo afwezig is, geen contact met mij zoekt, voel ik mij verantwoordelijk om te zorgen dat het kind vooruit gaat. Ik zie dat moeder het al moeilijk zat heeft. Ik vraag de logopedist om twee voorwerpen te pakken die voor verantwoordelijkheid staan. Om het beeld niet te verwarrend te maken met nog meer poppetjes, pakt ze twee kleine blokjes. Ze pakt een rood blokje voor haar verantwoordelijkheid en een blauw blokje voor de verantwoordelijkheid van moeder. 

Er komt een glimlach op het gezicht bij de logopedist en ze legt de verantwoordelijkheid die bij haar hoort, naast zichzelf neer en de verantwoordelijkheid die bij moeder hoort, recht voor moeder. Dit onderscheiden was een belangrijke stap voor de logopedist: moeder heeft haar eigen verantwoordelijkheid en die kan de logopedist niet overnemen of dragen voor moeder.

Vervolgens verschuift de logopedist het poppetje van het kind meer naar moeder toe. En ook de taal schuift mee. En moeder wordt naar de logopediste gedraaid door de logopedist. ‘Ja’, zegt de logopedist, ‘nu kan moeder ook naar mij kijken. Zij ziet mij en ik zie haar’. We ronden de tafelopstelling af met dit eindbeeld: 

 

 

Wat heeft de opstelling opgeleverd voor de logopedist?

 

Enige weken later spreek ik de logopedist weer en vraag haar of de opstelling voor de haar als logopedist een verschil heeft gemaakt.  De logopedist geeft aan dat zij door de opstelling gericht het gesprek met moeder aan is gegaan over hoe moeder de therapie ziet en wat moeder verwacht. Dit heeft er bij moeder voor gezorgd dat ze haar zorg kon uiten (met name ook de bezorgdheid om haar moeder kwam naar voren en dat moeder zich schuldig voelt over dat ze haar zoon niet altijd de juiste aandacht kan geven). Dat moeder zo gezien en gehoord werd, leek voor de logopedist ook de spanning uit het contact tussen moeder en de logopedist weg te halen. Na aanmoediging van de logopedist, nam moeder deel aan het spel. Moeder toonde meer openheid en het kind genoot er zichtbaar van dat moeder meedeed met het spel. Er was meer kwaliteit in het contact. Een belangrijke basisvoorwaarde om tot groei/ontwikkeling te komen.

 

Wat de logopedist ook vertelt, is dat ze het gevoel van de verantwoordelijkheid willen nemen, niet alleen bij deze moeder ervaart, maar ook in een aantal andere behandelingen herkent. Deze logopedist heeft al kennis genomen van de dialogische vaardigheden en merkt op dat het uitstellen van haar reactie en oordelen los laten enorm helpt om niet de verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken.

 

Soms kunnen we van mening zijn, dat we de ander helpen door bijvoorbeeld een stuk zorg over te willen nemen. We bedoelen het hoogstwaarschijnlijk niet zo , maar dat is wel wat ons gedrag laat zien: ‘Laat mij het maar voor je doen, jij bent er minder goed toe in staat, ik kan het wel. ‘  Waarmee we de ouder ontkrachten in plaats van meer in hun eigen kracht zetten.

 

De logopedist heeft stappen gezet in bewustwording, inzicht gekregen in wat ze doet in het contact bij deze moeder. Je zou het een innerlijke shift kunnen noemen, wat groei mogelijk maakt. Een klein waarneembaar verschil kan een grote impact hebben op hoe je in het contact met de ander bent. Daar is het systemisch-dialogisch werk op gericht – het vergroten van de relatiekwaliteit en oog hebben voor het systeem van de cliënt. Een opstelling zoals deze kan daar behulpzaam bij zijn. 

De volgende basiscursus is op 30-31 januari en 1 februari 2018. Klik hier voor de flyer.

 

Hartelijke groet,

Brenda Zwinkels

 

www.davotes.nl

 

tel.06-39119006

Reactie schrijven

Commentaren: 0